Teelt

Kralentelers met pit

Gladiolenbol met kralen
Gladiolenknol met kralen

Alles wat leeft begint met zaad, ook een gladiool. Maar waar je uit de pit van een zonnebloem exact dezelfde zonnebloem kweekt, is dat bij een gladiool anders. Van een gladiool uit zaad weet je nooit precies wat je krijgt.  Met kruisen kun je een beetje sturen, dat is een speciale tak binnen ons bedrijf; kijk daarvoor bij VEREDELING.

Voor het verkrijgen van steeds dezelfde gladiool hebben we de knol nodig, en die groeit onder de grond; net zoals bij een tulp. Alleen is een gladiool geen bolgewas maar een knolgewas, zoals een aardappel. Aan één knolletje kunnen 5 tot 50 kleintjes groeien. Die kleintjes noem je de kralen. En dát is wat wij telen: gladiolenkralen.

De rijkdom zit in de grond

Die kralen zijn het uitgangsmateriaal: ze zijn immers identiek aan de ‘moeder’ waar ze aan groeiden. Zo kun je eindeloos dezelfde bloemen telen.

Dicht geplante kralen komen op.
Dicht geplante kralen komen op

Wij planten de kralen in het voorjaar lekker dicht op elkaar zodat ze niet uitgroeien tot grote knollen. Gedurende de zomer groeit er soms een bloem uit. Maar zo gauw die gaat bloeien wordt ze een kopje kleiner gemaakt zodat de energie niet naar de bloem, maar naar de bol gaat.

Vruchtwisseling

Onze vader zei altijd dat je een gladiool maar één keer in een mensenleven op hetzelfde perceel kunt telen. Dat komt door een schimmeltje in de grond dat dol is op gladiool en droogrot veroorzaakt.  Een mensenleven is wat lang; wij houden een vruchtwisseling van 20 jaar aan. Elk jaar gaan we op zoek naar verse grond. Zo zijn wij in 1987 met de teelt op de Veluwe beland.  Dat het daar ook nog ietsje warmer is dan aan de kust, is extra lekker voor onze knolletjes.  Het schimmeltje houdt alléén van gladiolen;  andere gewassen doen het prima op de percelen waar onze bollen hebben gestaan.

Oogsten

Begin oktober zijn de kralen klaar om geoogst te worden. Het rooien duurt tot half december. Een tijdrovende kwestie. Niet omdat wij zulke grote hoeveelheden telen, maar omdat wij  uitsluitend exclusieve, kleine partijen telen. Dus moeten na elke geoogste en gespoelde variëteit alle machines worden schoongemaakt om vermenging van soorten te voorkomen. Gladiolen kunnen wel een beetje vorst hebben, maar het blijft toch een race tegen de kou om de oogst, voor het echt gaat winteren in december, veilig binnen te krijgen.

Gladiolen rooien
Nachtwerk om de oogst voor de vorst binnen te halen.

Lees op VERWERKING hoe het verder gaat met onze kralen en pitten.